dit is een voorbeeld tekst.

 

met de google translate - code hierboven kan deze tekst vertaald worden.

 

1914-1945

ELEMA-STOLLENGA'S AUTOBUSDIENSTEN (ESA)

De geschiedenis van Elema-Stollenga’s Autobusdiensten, beter bekend als ESA, begint in een café. Twee zwagers slaan in 1927 de handen ineen en kopen een busbedrijf over, dat uitgroeit tot een internationaal vervoersbedrijf.

 

Het is halverwege de jaren 20 van de 20ste eeuw en Klaas Michiel Elema is eigenaar van het slecht lopende café De Koppel Paarden in Marum. Zijn zwager, Martinus Stollenga, heeft een technische opleiding gevolgd, maar werkt noodgedwongen in het café. Naast De Koppel Paarden is een doorrit. Ooit werden hier de paarden en de rijtuigen van de klanten gestald, maar nu staan er bussen van het autobusbedrijf H. Winius en Zn. uit Groningen. Martinus Stollenga ziet wel wat in dat busbedrijf. Hij wil het graag overkopen en met de hulp van zijn zwager lukt dat. In 1927 schrijven ze hun nieuwe bedrijf in bij de Kamer van Koophandel als de Firma Elema en Stollenga, voorheen Winius. De naam Elema-Stollenga’s Autobusdiensten en de afkorting ESA zullen ze pas in 1938 voor het eerst gebruiken.

 

De beginjaren van ESA zijn moeilijk. In de magere jaren 30 weet de firma het hoofd boven water te houden door een lijndienst te beginnen tussen Groningen en Heerenveen. In die regio rijden op dat moment nog helemaal geen bussen. Ook beginnen Elema en Stollenga met succes binnen- en buitenlandse busreizen te organiseren. Later heeft ESA lijndiensten in de driehoek Groningen-Drachten-Assen. De buitenlandse reizen worden in de jaren 50 ondergebracht in een aparte tak: E.S.A. Trans-Continental.

In 1927 beginnen Elema en Stollenga met een Renault (A13911) en een Ford A (A13912). Begin jaren 30 heeft ESA onder meer een Kromhout (A19334) en een GMC TX (A20355). In de jaren 50 bouwt ESA zelf benzinebussen om tot dieselbussen in haar eigen garage in Marum. Kort daarna wordt het bedrijf ook DAF-dealer. In 1962 bouwt ESA aan de Admiraal De Ruyterlaan in Groningen een grote garage met vier bovenwoningen. In deze garage worden de lijnbussen onderhouden en er is een showroom voor DAF-bedrijfswagens en -personenwagens.

 

In de Kentekendatabase van de Groninger Archieven zijn de ESA-bussen terug te vinden.

 

SPLITSING

In de jaren 70 besluit de overheid subsidies te verlenen aan openbaar vervoerbedrijven. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet ESA haar verschillende activiteiten opsplitsen in drie dochterbedrijven. ESA Trans-Continental omvat dan het touringcarbedrijf en de reisbureau’s. ESA Automobielbedrijven is verantwoordelijk voor de dieselservice, de motorenrevisie en het DAF-dealership. Het streekbusvervoer behoudt de oude naam Elema-Stollenga’s Autobusdiensten. Maar het zal met deze dochterbedrijven niet allemaal goed aflopen.

 

Meer dan 80 jaar nadat Elema en Stollenga het bedrijf van Winius overnamen, bestaat E.S.A Automobielbedrijven nog steeds. In negen vestigingen in Nederland, Polen en Denemarken verkoopt en repareert ESA bedrijfswagens, opleggers en aanhangwagens. Met de andere twee dochters is het minder goed gegaan. Het busvervoerbedrijf is in 1979 opgeheven. Het touringcarbedrijf en de reisbureau’s van ESA Trans-Continental zijn in de jaren tachtig en negentig verkocht. Toch is het nog steeds mogelijk om een ritje te maken met een ESA-bus. Het Nationaal Bus Museum in Hoogezand bezit namelijk twee oude ESA-bussen, die nog regelmatig rondrijden.